Risicoanalyse: IZEP

 

De IZEP, Instrument voor zelfevaluatie van de patiëntveiligheidscultuur, is ontwikkeld met als doel het begrip veiligheidscultuur te concretiseren. Daarnaast is de IZEP een instrument dat aanspoort tot het bespreken van de veiligheid binnen een afdeling of een team. Gebruikers krijgen inzicht in elkaars veiligheidsbeleving, waardoor de deelnemers van en met elkaar leren over veiligheid. Daarnaast wordt het bewustzijn over het onderwerp aangescherpt.

Met de IZEP wordt zichtbaar waar de afdeling staat op de cultuurladder. De sterke en zwakke plekken in de patiëntveiligheidscultuur worden duidelijk, maar ook hoe de afdeling zich kan ontwikkelen. Op basis van de bevindingen kan een gericht plan gemaakt worden om de patiëntveiligheidscultuur te verbeteren.

Binnen IZEP zijn acht dimensies vastgesteld die van belang zijn voor het managen van patiëntveiligheid. Op elk van deze dimensies is in de IZEP-workshop het eigen cultuurniveau van de afdeling bepaald. Dit gebeurde aan de hand van discussies over een aantal stellingen. De dimensies worden toegelicht op pagina 4.

Cultuurladder

Door met de IZEP de cultuur te meten en gestructureerd te praten en te discussiëren over veiligheid, kan een afdeling bepalen waar zij staat op de zogenaamde cultuurladder. Deze kennis biedt vervolgens weer kansen een stap te maken op de ladder en te groeien naar een steeds meer ontwikkelde veiligheidscultuur. De cultuurladder volgens het model van Parker en Hudson (fig. 1) en ook gehanteerd door het NIVEL is een evolutionaire ladder en bestaat uit vijf niveaus.

 

Beschrijving cultuurniveaus

De cultuurniveaus geven de ontwikkelingsfase aan waarin in afdeling zich op het gebied van patiëntveiligheid begeeft.

Niveau 1. – Ontkennende cultuur

In een ontkennende patiëntveiligheidscultuur heerst de houding: ‘bij ons gaat niets fout, wij leveren goede kwaliteit, dus waarom je tijd verdoen met preventieve veiligheidsactiviteiten’ en ‘wat niet weet, wat niet deert’. In een ontkennende cultuur wordt weinig tot niets geïnvesteerd in verbeteringen van de patiëntveiligheid.

Niveau 2. – Reactieve cultuur

In een reactieve cultuur moeten er eerst dingen mis gaan voordat er wat verandert. De veranderingen zijn ad hoc en van korte duur.

Niveau 3. – Berekenende cultuur

Een berekenende cultuur wordt ook wel bureaucratisch genoemd. De cultuur kenmerkt zich door de aanwezigheid van een veiligheidsmanagementsysteem en veel ‘papieren’ verslaglegging. Er wordt veel informatie verzameld. Men werkt veel met statistieken en er worden veel protocollen en regels gemaakt. De implementatie van (structurele) veranderingen, laat staan de evaluatie ervan, ontbreekt. In de berekenende cultuur ligt de betrokkenheid bij veiligheid en het naleven van regels en wetten voornamelijk bij het management.

Niveau 4. – Proactieve cultuur

In een proactieve cultuur is er sprake van een hoge prioriteit voor veiligheid. Er zijn continue investeringen in het vergroten van de veiligheid. Er worden verbeteringen geïmplementeerd en geëvalueerd. Er wordt vooruit gedacht. Daarnaast wordt informatie over knelpunten en ‘best practices’ met betrekking tot patiëntveiligheid tussen afdelingen en ziekenhuizen uitgewisseld.

Niveau 5. – Vooruitstrevende cultuur

In het laatste stadium van de ontwikkeling van een veiligheidscultuur is er sprake van de vooruitstrevende cultuur. In een vooruitstrevende cultuur is veiligheid volledig geïntegreerd in het handelen tijdens elk proces. Veiligheid is daarnaast een vast onderdeel van de reflectie en evaluatie op de afdeling c.q. in de organisatie. In een vooruitstrevende cultuur heerst de houding ‘je werkt hier veilig of je werkt hier niet’.

BLbootwaterfa